Ineens realiseer ik me dat m’n oogprobleem al langer speelt. Ik sla een boek open, knijp eerst mijn rechter- en daarna mijn linkeroog dicht. Inderdaad. Het zicht is links veel slechter geworden. Een week of zes geleden was dat nog niet. Het zal toch geen uitzaaiing van lobulaire borstkanker zijn?
Ken je dat gevoel? Dat je denkt dat je wel kunt dealen met het verhoogde risico op erfelijke maagkanker. En, als vrouw, met het risico op lobulaire borstkanker. Ik ben er echt helemaal niet mee bezig… totdat er iets sputtert in mijn lijf.
Precies een jaar geleden bijvoorbeeld. Op de plek waar mijn linkerborst had gezeten, zag ik ineens een klein bultje onder mijn huid. Direct contact opgenomen met het ziekenhuis omdat ik twee jaar eerder de diagnose lobulaire borstkanker had gekregen. Veroorzaakt door een afwijking in het CDH1-gen. De linkerborst werd toen verwijderd vanwege borstkanker en de andere preventief.
‘Ik denk littekenweefsel,’ zegt de oncologische verpleegkundige terwijl ze het bultje bevoelt. ‘maar we gaan het controleren.’ Een echo en biopt later blijkt het toch lobulaire borstkanker. Ik krijg een MRI-scan van m’n heupen tot aan mijn keel om te controleren of er geen uitzaaiingen zijn.
‘We hebben een plekje gezien in je lever,’ zegt de oncologische verpleegkundige daarna, ‘waarschijnlijk een hematoom. Een goedaardig gezwel van bloedvaten in de lever en onschuldig. Maar we controleren het.’
Ik kan je vertellen, ik zat bovenop de kast, sliep slecht en was in staat om direct een operatie in te laten plannen voor een maagverwijdering. Zie je wel, zei ik tegen mijzelf, dat is een uitzaaiing van de maagkanker. Bij de maagcontroles is het nog niet ontdekt maar het zit al in de lever.
Maar ik zat er naast, de verpleegkundig specialist had gelijk. Het was een hematoom en onschuldig. Dus toch de maag nog maar niet laten verwijderen.
Maar nu dat oog. Onscherp zien en de opticien constateert een verhoogde oogdruk. Ik vraag de huisarts om een verwijzing omdat ik bang ben voor een uitzaaiing van de borstkanker. ‘Krijg je van me,’ zegt de huisarts, ‘en ik kan je geruststellen: volgens de oogarts horen jouw klachten niet bij een uitzaaiing.’ Jaja, denk ik. Eerst meten dan weten.
Lang verhaal kort: ik heb geen uitzaaiing in mijn oog. Er zit een vernauwing waardoor er te weinig vocht op de lens zit. Vandaar de druk, de pijn en het onscherpe zien. Met speciale oogdruppels is het binnen 3 dagen opgelost. Ik heb mijn lijf en geest weer onder controle. Voor zolang als het duurt.


